Taalverhoging

Een te laag taalniveau belemmert werkzoekenden bij het vinden van (betaald) werk. Ook voor participatie op andere vlakken kan een laag taalniveau een struikelblok vormen. 

“Het leren van de taal is daarmee geen doel op zich, maar een middel om beter te kunnen participeren.”

Voor Nederlandstaligen

Instroomniveau: lager dan 1F
Naar: 1F niveau

Lager dan 1F

De vaardigheden zijn nog niet ontwikkeld op het niveau van het basisonderwijs in Nederland.

1F niveau

Dit niveau staat gelijk aan het niveau van de taalvaardigheden die een persoon ontwikkelt op het basisonderwijs.

2F niveau

Dit niveau staat gelijk aan het niveau voor beroepsonderwijs in Nederland en heb je minimaal nodig om deel te kunnen nemen aan een mbo-beroepsopleiding.

Voor anderstaligen:

Instroomniveau: Alfa (analfabeet) Alfa 0, Alfa A , Alfa B
Naar: het volgend Alfa niveau met het uiteindelijke doel Alfa C niveau, wat gelijk staat aan A1 niveau.

Instroomniveau: A1
Naar: A2 niveau

Kan vertrouwde dagelijkse uitdrukkingen en basiszinnen, gericht op concrete behoeften, begrijpen en gebruiken. Kan zichzelf aan anderen voorstellen en kan vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens zoals waar hij/zij woont, mensen die hij/zij kent en dingen die hij/zij bezit. Kan op een simpele wijze reageren, aangenomen dat de andere persoon langzaam en duidelijk praat en bereid is om te helpen.

Instroomniveau: A2
Naar: B1 niveau

Kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Kan communiceren in simpele en alledaagse taken die in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van diverse behoeften beschrijven.

Instroomniveau: B1
Naar: B2 niveau

Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens het reizen in gebieden waar de betreffende taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.